Heemkunde in Brabant

13 januari 2011 | Terug naar Uit de kringen »

Heemkundekringen een keer genoemd                                                                                                                                                 en erfgoed is gelijk aan monumenten

Erfgoed en landschap in de programma’s van de partijen voor de Statenverkiezingen 2011

2 maart aanstaande zijn er Statenverkiezingen. Volgens zowat iedereen gaat het deze keer niet om wat er allemaal provinciaal speelt maar om de landelijke politiek. De Statenverkiezingen gaan beslissen over de samenstelling van de Eerste Kamer en dat is bij deze verkiezingen meer dan anders van belang. De toekomst van het kabinet zal van de uitslag van de statenverkiezingen afhangen. Toch gaat het ook nog over provinciale onderwerpen. Omdat niemand al de verkiezingsprogramma’s leest en uw stem niet mag afhangen van de glimlach of de haarkleur van de kandidaat, ben ik op zoek gegaan naar de inhoud die voor ons relevant is, namelijk de standpunten van de partijen met betrekking tot erfgoed, heemkunde en landschap. Ik heb ook gekeken naar landschap, omdat gelukkig het inzicht steeds algemener is geworden dat erfgoed en landschap alles met elkaar te maken hebben en niet los van elkaar kunnen worden gezien.

Ik heb hieronder geprobeerd de programma’s proberen samen te vatten, maar dat is een hachelijke zaak. Alles heeft met elkaar te maken. Mooie plannen en mooie woorden zijn natuurlijk prachtig, maar niet altijd is de financiële onderbouwing even duidelijk.

Erfgoed

Wat meteen opvalt is dat de meeste partijen onder erfgoed monumenten verstaan.  Dat is natuurlijk en versmalling van het begrip, die geen recht doet aan het feit dat erfgoed heel wat meer is. En het is jammer dat, als gesproken wordt over erfgoed we niet goed weten wat een partij daarmee precies bedoelt. Het CDA zegt te willen investeren in erfgoed, cultuur en sportvoorzieningen en het CDA wil zo de Brabantse identiteit en cultuur behouden. Gaan we op zoek naar concrete punten bij het CDA dan vinden we het streven naar meer samenwerking tussen musea, afzonderlijke culturele projecten en toeristische organisaties. Dit streven wordt een belangrijke voorwaarde bij de vertrekking van subsidies. Verder schrijft het CDA dat er speciale aandacht is voor de commerciële kracht van ondernemers in de cultuursector. Wat die ‘speciale aandacht’ zou kunnen inhouden blijft onduidelijk. Het CDA vindt dat de provincie moet blijven investeren in monumenten ‘om deze zo nodig van een nieuwe bestemming te voorzien en een duurzame toekomst te verzekeren.’ Bij de PvdA vinden we ook aandacht voor erfgoed, waarmee opnieuw alleen monumenten lijken te worden bedoeld. Prioriteit moet volgens de PvdA worden gegeven aan het industriële erfgoed. De provincie zou zich volgens de PvdA actief moeten bezig houden met een goede spreiding van kunst en cultuurvoorzieningen.  Wat er nu precies mis is met die spreiding, blijft onduidelijk. D66 legt de nadruk op de rijke culturele omgeving bij de keuze als vestigingsplaats van burgers, bedrijven en instellingen. D66 kiest voor een regisserende en stimulerende rol van de provincie in het verder ontwikkelen van de culturele infrastructuur. GroenLinks heeft een vergelijkbaar punt in haar programma staan. D66 wil de provincie speciaal laten waken over Brabants cultureel erfgoed. (ook hier wordt erfgoed vernauwt tot monumenten) Bij de zorg voor monumenten moet niet alleen gekeken worden naar de historische achtergrond maar meer ook naar toekomstige functies. Ook bij de VVD is erfgoed gelijk aan monumenten en ook de VVD wil die graag behouden en middelen beschikbaar blijven stellen. Voor de rest meldt de VVD  dat meer geïnvesteerd moeten worden in brede (grootschalige) culturele evenementen, met name voor jongeren. Het PVV-programma is (begin januari) nog geheim, lang leve de democratie!. Uit de krant vernamen we dat de PVV de subsidiekraan voor cultuur wil dichtdraaien en ook de subsidie voor Omroep Brabant wil afbouwen. Ze zijn ook tegen de pogingen van Brabant in 2018 culturele hoofdstad te worden. De SP is daar ook op tegen, maar de voor de rest is de toon va het SP-programmma voor erfgoed en cultuur heel wat positiever. Zo is de SP de enige partij die ‘heemkundekringen’ met name in haar programma noemt. De heemkundekringen houden, volgens de SP, samen met allerlei andere partijen geschiedenis en cultuur levend. De SP noemt een groot aantal concrete punten om dat te realiseren, zoals het stimuleren van scholen (van basisschool tot en met voortgezet onderwijs) tot museum- en theaterbezoek en het leren kennen van verschillende kunstvormen van en door jongeren, het invoeren van een gratis dag voor de provinciale musea. De SP heeft het over een ruimhartig subsidiebeleid. Waar het geld vandaan moet komen: de SP houdt 50 miljoen over als gestopt wordt met de pogingen culturele hoofdstad te worden. GroenLInks is wel voor Brabant Culturele Hoofdstad.  Veel positieve woorden ook voor monumenten en archeologie en als een van de weinige partijen heeft Groen Links oog voor de historische aspecten van het landschap. GL pleit voor het behoud van bijzondere landschappelijke elementen, historische laanstructuren en landschapsparken.

CU-SGP zeggen positief te staan tegenover kunst . Expliciet wordt steun toegezegd voor het Noordbrabants Museum en wordt zorgen uitgesproken over de (ver)nieuwbouw . Verder meent CU-SGP dat het Museum voor Religieuze Kunst in Uden in nauwe samenwerking met het Noord-Brabants Museum verder  kan groeien en zich ontplooien. Zonder het woord erfgoed te gebruiken, komt er wel steun. CU-SGP schrijft dat de rijke cultuurhistorie van de provincie is iets waar men zuinig op moet zijn en vooral de jeugd moet in contact worden gebracht met de regionale geschiedenis. Je kunt dit vertalen als een pleidooi voor erfgoededucatie.

Ecologische hoofdstructuur

Belangrijk voor het Brabantse landschap is de visie die de partijen hebben over de Ecologische Hoofdstructuur. Zoals bekend heeft de regering Rutte besloten hier geen geld meer voor uit te geven en dreigt verlies aan kwaliteit van het landschap en ook aan biodiversiteit. CU-SGP schrijven over die Ecologische Hoofsstructuuur: De Ecologische Hoofdstructuur is een belangrijke leidraad bij het nemen van ruimtelijke beslissingen. Aantasting daarvan dient kwantitatief en tijdig gecompenseerd te worden. De PvdA zegt nadrukkelijk  kortingen van de landelijke overheid te willen compenseren. CU-SGP zijn daarover vaag. Wat is de aantasting, waar CU-SGP het over heeft: aantasting van het totale programma/ of aantasting van wat tot nu toe is gerealiseerd? Het CDA wil graag boerenbelangen en natuurbelangen met elkaar laten samengaan. De partij vindt: De ecologische hoofdstructuur is een middel om de biodiversiteit te vergroten en geen doel op zich. Er moet gekeken worden of de realisatie van natuurdoelen bereikt kan worden met beheer en behoud van agrarische grond. Het CDA vindt landschapselementen daarbij ook van belang. Zo’n tekst roept veel vragen op. Stel dat de realisatie van natuurdoelen niet of slechts beperkt bereikt kan worden met beheer en behoud van agrarische grond. Wat prevaleert dan?  D66 zegt dat voor de ecologische hoofdstructuur middelen moeten worden vrijgemaakt. De crisis mag niet worden gebruikt om daarmee te stoppen. De VVD zegt over de ecologische hoofdstructuur dat de partij wil inzetten op de laatste benodigde gronden. Tegelijkertijd vindt de VVD dat onderzocht moet worden of het aantal Natura 2000-gebieden in Brabant verminderd kan worden. De SP en GroenLinks zijn ook voor handhaving van de EHS. GroenLinks gaat misschien wel het verst. De partij wil ook bestaande kleine natuur- en landschapselementen buiten de EHS beschermen. Om de verwerving van gronden te versnellen kunnen zo nodig onteigeningsprocedures worden ingezet.

Landschap

CU-SGP hebben begrepen dat erfgoed en landschap met elkaar te maken hebben. Zonder dat het woord erfgoed wordt gebruikt spreekt men wel over de ‘identiteit van een gebied’ en het bevorderen van de toegankelijkheid van een gebied door ‘boerenerfpaden’.  Het CDA pleit ook voor het toegankelijk houden van de natuur, maar wil wel zuinig zijn met de aanleg en beheer van (nieuwe) natuur. Dat lijkt me een overbodige opmerking; er is weinig echte nieuwe natuur. Bij natuurherstel kan wel sprake zijn van het herstellen van natuurwaarden die er vroeger waren en die een tijd lang weg zijn geweest. Gevreesd mag worden dat CDA dat bedoeld met nieuwe natuur. Het CDA is voor duurzame innovatieve gezinsbedrijven, die landelijk goed kunnen worden ingepast. Enig optimisme is het CDA op dit punt niet vreemd, het verleden rechtvaardigt dit optimisme niet. De PvdA wil graag toerisme en recreatie stimuleren in evenwicht met landschap en natuur. Interessant is de veronderstelling in het SP-programma dat in de reconstructiecommissies alle belanghebbenden zijn vertegenwoordigd niet alleen de zware jongens van de economie.  Alleen in de reconstructiecommissie Peeland is de vertegenwoordiging van erfgoed goed geregeld. (zie het interview met Jan Timmers in InBrabant nr4) Het punt van de SP kan gelezen worden als een pleidooi voor meer erfgoedvertegenwoordiging in de reconstructiecommissies. Helemaal SP is het gooien van de rem op de groei van golfterreinen, die de open groene ruimte aantasten.  De VVD vindt natuur belangrijk, voor de biodiversiteit en voor de mens. Over landschap heeft de VVD niet zo veel te melden, behalve dat de landbouw wordt gezien als beheerder van het landschap. De manier waarop de VVD aankijkt tegen het landschap en landschappelijke waarden wordt misschien wel het meest duidelijk in het lange rijtje van wegen die volgens de VVD moeten worden aangelegd.  Duidelijk is waar de prioriteit ligt. Bij GroenLinks is dat anders. De partij vindt dat er in landschap  moet worden geïnvesteerd. Op die manier kan, volgens Groen Links,  de open ruimte in Noord-Brabant worden behouden en de karakteristieke Brabantse landschappen hersteld. Als aantasting van natuur en landschapswaarden onvermijdelijk is en er geen alternatieven voorhanden zijn, dient compensatie plaats te vinden. Daarnaast wordt er voor het verlies aan buitengebied een verplichte investering in de versterking van de landschappelijke kwaliteit gevraagd. Een regionale landschapsvisie met een landschapsfonds vormt hiervoor de basis. GL vindt verder dat de provincie een grote moet blijven spelen in de ruimtelijke ordening moet blijven.  GroenLinks vind daarom dat de Provincie moet vastleggen dat gemeenten eerst de ruimte binnen de bestaande bebouwing optimaal benutten en is in tegenstelling tot bijvoorbeeld de VVD tegen de ruit om Eindhoven.  D66 vindt dat landschap vòòr economie gaat en de kwaliteit van landschap en natuur staat bovenaan en keert zich tegen de verrommeling van het landschap. De huidige bedrijventerreinen kunnen veel beter worden benut.    Theo Cuijpers

Reageer