Juryverslag Knippenbergprijs 2011

12 november 2011 21:00tot13 december 2011 22:00
8 juli 2011 Terug naar activiteiten overzicht »

De jury van de Knippenbergprijs heeft de afgelopen maanden een zware tijd achter de rug. Toen het bestuur van de stichting vijf jaar geleden voor het eerst instellingen en personen opriep om kandidaten voor de prijs te nomineren, was het resultaat nog uiterst mager. Niet omdat er zo weinig kandidaten zouden zijn, maar simpelweg omdat de prijs nu eenmaal nog in bekendheid fors achterliep bij die van haar naamgever Willy Knippenberg. Ik herinner me dat we dat eerste jaar alle voorgedragen kandidaten dan ook maar hebben genomineerd, waardoor we ons als jury alleen nog maar hoefden te verdiepen in de uiteindelijke prijswinnaar.
Dit jaar heeft de jury ter beoordeling 22 kandidaten voorgedragen gekregen. Alvorens we ingaan op het proces van de nominering willen daar graag iets over zeggen. Het belangrijkste wat er over te vertellen valt is dat de kwaliteit van deze inzendingen opmerkelijk hoog was. Ik herinner me dat we tijdens een van de juryzittingen tot de slotsom kwamen dat het een race was met vijftien koplopers: 15 kandidaten die allemaal zo bijzonder waren en zoveel bewondering kregen bij de juryleden dat we zonder moeite veel meer prijswinnaars hadden kunnen aanwijzen. Maar dat kan de Stichting helaas niet trekken. De jury heeft dan ook dapper gestreden tegen de eigen emoties en naarstig gezocht naar wie in haar ogen het meest in aanmerking kwam. De opdracht van het bestuur was om daarvoor drie voorgedragenen te nomineren.
Alvorens inzicht te geven in de overwegingen welke hebben geleid tot de uiteindelijke keuze, eerst enkele algemene opmerkingen over de afvallers. Zonder in details te treden over wie waarom afviel en in welke rangorde – dat doet immers niet ter zake, kan immers wel in algemene zin iets over deze categorie worden gezegd.
De eerste groep afvallers, gelukkig waren er dat maar weinig, was de groep die in formele zin niet voldeed aan de criteria die nu eenmaal ieder jaar worden gesteld. Een belangrijk criterium is dat het project moet zijn afgerond, dan wel een zodanig stadium van representativiteit heeft bereikt dat het project al volop functioneert en dat de juryleden zich een goed beeld kunnen vormen van zowel de vorm als de effectiviteit en receptie van het project. Een boek waarvan de tekst bij de drukker ligt, maar dat nog moet verschijnen is een voorbeeld van een project dat te vroeg is ingediend. Enkele van de voorgedragen projecten vielen in deze categorie en konden daarom niet mee in het traject. Soms blijft een project al bij de eerste blik in omvang, betekenis en ook kwaliteit achter bij vele andere inzendingen. Ofwel het past niet of niet helemaal bij het jaarthema. Ook die projecten belanden snel op het stapeltje: afwijzen. Maar zoals gezegd: dat stapeltje was kort na aanvang van de jurering vrij klein. De jury hield zeker vijftien aanvragen over die serieuze beschouwing en afweging verdienden.
Vanaf dat moment gaan de criteria meewegen die verband houden met de persoon van Willy knippenberg en hoe hij zelf tegen dit soort van activiteiten heeft aangekeken. Aspecten als ‘verstaanbaarheid’ en ‘gerichtheid op een breed publiek’ en het ‘betrekken van anderen in de uitvoering’ worden dan belangrijke toetsstenen. Bezien door de bril van die criteria vielen enkel ingezonden projecten af. Niet omdat ze aan die aspecten geen aandacht zouden besteden, maar simpelweg omdat die bij andere projecten vaak sterker uit de verf kwamen. Zo konden we weer enkele inzendingen wegschuiven. Vervolgens kwamen criteria aan de orde als uitstraling, kwalitatieve afwerking, toeristische uitstraling, aandacht voor details enzovoort. Ach, achteraf gezien was het met al die hulpmiddelen nu ook weer niet zo’n heisa om steeds beter toe te werken naar de uiteindelijke keuze.
Wat daarbij zeker geholpen is de samenstelling van de jury. Die bestaat ieder jaar uit een vaste voorzitter en vier wisselende leden die door het bestuur van de Knippenbergstichting worden aangezocht omdat zij een waardevolle visie hebben op het thema dat het betreffende jaar centraal staat. Dit jaar waren dat activiteit op het grensvlak van erfgoed en landschap, een breed thema waarmee je vele kanten in kunt en waarop op uiteenlopende manieren gestalte kan worden gegeven. Ik wil deze juryleden graag aan u voorstellen.
Chris de Bont is historisch geograaf en werkt voor de Universiteit van Wageningen. Hij is bij uitstek deskundig op het terrein dat in Brabant vele actieve adepten kent: het doen van onderzoek naar de ontwikkeling van het landschap op basis van historisch feitenmateriaal.
Frans Ellenbroek is directeur van het Natuurmuseum Brabant in Tilburg en vanuit die invalshoek een deskundige op het terrein van de informatieoverdracht van onze kennis over natuur en landschap naar het publiek.
Janique Huijbregts is Regiomanager Zuid bij de ANWB en werkte voor die tijd voor het Brabant Bureau voor Toerisme. Zij was onze deskundige die kon beoordeling of projecten ook een goede kans van slagen hebben om goed aan te komen bij het brede toeristische publiek.
Thijs Caspers werkt voor Brabant landschap, is auteur en heeft daarnaast een zowel diepe als brede kennis van alles en iedereen die in Noord-Brabant actief is op het gebied van landschappelijke ontwikkelingen en de zorg ervan, mede in relatie tot de bebouwde omgeving.
Ik zelf ben Jan van Laarhoven en het enige vaste lid van de jury, geen specialist op het gebied van landschap, wel een aanbidder ervan, en daarnaast vooral betrokken bij erfgoed als onderdeel van de wereld waarin we ons bewegen.
U zult begrijpen dat de achtergrond van de juryleden en hun persoonlijke betrokkenheid bij het landschap, mede van invloed is geweest op de uiteindelijke keuze.
Waarschijnlijk bent u geleidelijk aan benieuwd geworden wat die keuze is geworden. Voordat ik die geef wil ik graag de overwegingen opsommen die geleid hebben tot de drie genomineerden. Ik wil ze – in alfebetische vorlgorde – bespreken, dus trekt u nog geen conclusies uit de rangorde die ik hier hanteer.
De Federatie Langstraatbruggen heeft zich, zoals u hebt kunnen zien, ingezet voor het behoud van een reeks spoorwegbruggen. In een aantal gevallen door en over interessante natuurgebieden, zoals de Moerputten bij Den Bosch. De Federatie verenigt plaatselijke werkgroepen en is er in geslaagd de bruggen voor de ondergang te redden en ze een nieuwe functie te geven als schakel in fiets- of wandelroutes. Het is een project dat ooit begon met twee jonge mensen die ontdekten dat wat anderen beschouwden als ouwe rommel in het buitengebied, met wat meer aandacht zou kunnen blijven vertellen over een stuk karakteristieke geschiedenis van de Langstraat. Het is zeer bewonderenswaardig dat deze twee jonge mensen oog hadden voor wat verdiende om gespaard te blijven. Maar ook dat hun idee is opgepakt. Tussen hun idee en de realisatie van hun droom staan vele mensen die op een goede manier hebben laten zien hoe je een doel kunt bereiken door het verbinden van uiteenlopende competenties bij vrijwilligers, bij professionals, bij bestuurders in verschillende lagen en hoe je draagvlak creëert bij de bevolking. De Federatie is erin geslaagd om verroest en verrotte stukjes industriële archeologie een plek te geven in het landschap waarin ze ooit een vitale rol vervulden. Dit landschap is de afgelopen decennia zelf ook ingrijpend veranderd. Daarin lag een speciale uitdaging: hoe kun je dat gewijzigde landschap in een goede verhouding brengen met het gerestaureerde erfgoed. Soms was er nog veel overgebleven van de vroegere samenhang, maar soms ook was de moderne tijd met moderne bebouwing over vroeger traject heen geschoven. In dat geval moesten oud en nieuw op een harmonische manier met elkaar worden verbonden. Ook daarin is de Federatie geslaagd, met als resultaat een historisch traject dat dwars door Midden-Brabant den Bosch verbindt met Geertruidenberg.

Marius Grutters met zijn werkzaamheden voor de Maasheggen trok eveneens volop de aandacht van de jury. De maasheggen zijn een uiterst karakteristiek fenomeen in de maasvallei in Noordoost Brabant. Deze heggen zorgen voor een mooi, vogelrijk en cultuurhistorisch interessant landschap. Veel van die heggen zijn door de oprukkende grootschaligheid verdwenen en ook de kennis van het heggenvlechten werd door steeds minder mensen gedeeld. Marius heeft ervoor gezorgd dat de kunst van het heggenvlechten niet teloor is gegaan en heeft zo een belangrijke bijdrage geleverd aan het herstel van de landschappelijk en cultuurhistorische belangrijke Maasheggen. Daarbij heft hij niet gekozen voor de gemakkelijkste weg: het ‘importeren’ van de kennis van het heggen vlechten door mensen uit Engeland waar het gebruik nog steeds leeft. De wijze waarop die heggen daar tot stand komen is immers een geheel andere dan die waarop aan de Maas heggen werden gemaakt. Die traditie van typisch Brabants vakmanschap dreigde geheel verloren te gaan. Marius Grutters heeft contact gezocht met de dikwijls al hoogbejaarde heggenvlechters die hun leven lang als zodanig in het maasdal actief waren en zich door hen laten leren hoe dat zij werkten. Toen hij zelf alle kneepjes van het vak kende was ere en basis. Vervolgens heft hij die kennis overgedragen aan vele vrijwilligers, vaak jonge mensen ook, die zich hebben ingezet voor het voortzetten van de traditie. Dardoor is de theoretische basis onder het heggen vlechten uitgebreid naar een praktische omzetting en is er zicht op continuiteit ontstaan. Wat begon met één persoon, werd na verloop van jaren gedragen door vele mensen. Het is de enige manier waarop dit soort projecten toekomst heeft. Hoe dan ook, voor het Maasdal is die toekomst al begonnen nu vele mensen zich inzetten om het karakteristieke landschap te herstellen. Behalve voor het maken van nieuwe heggen zet Marius Grutters zich in voor het behoud van fragmenten van oude heggen, levend erfgoed dat een historische dimensie aan het maasdal toevoegt.

De Vrienden van de West Brabantse Waterlinie werden voorgedragen vanwege hun belangrijke rol in het herstel van de Westbrabantse waterlinie. Twee versterkte steden, Bergen op Zoom en Steenbergen, een aantal forten en een inundatiegebied in Halsterens Laag moesten Zeeland en Holland vrijwaren van aanvallen uit het zuiden. Het is een uiterst boeiend thema date en directe verbinding heeft met belangrijke momenten uit de Nederlandse geschiedenis. Zonder de omvangrijke herstelwerkzaamheden van de afgelopen jaren was er grote kans geweest dat vele boeiende onderdelen van dit grote verdedigingssysteem verloren zouden zijn gegaan. Daarin ligt de grote verdienste van dit project. Maar ook in de wijze waarop vele mensen en organisaties, inclusief overheden, werden ingeschakeld om het gewenste doel te bereiken. En dat is geen eenvoudige zaak, want er waren grote belangen gemoeid met het project en niet altijd liepen die parallel. De Stichting Vrienden timmert al 15 jaar aan de weg om het enthousiasme van al deze partijen levend te houden en zorgt dat er voldoende momentum blijft om ook met het voortschrijden van de jaren voldoende draagvlak te behouden. Door het herstel van de Waterlinie is een belangrijk stuk West-Brabantse geschiedenis weer beleefbaar geworden.
Bij het kiezen van de prijswinnaar heeft de jury gelet op de omvang van het project, de gecompliceerdheid ervan en de mate waarin vrijwilligers zich er voor hebben ingezet. Zelfs bij een steeds verdere aanscherping van de criteria werd het een nek-aan-nek-race, want alle drie de genomineerden hebben echt het uiterste weten te halen uit hun inspanningen en mooie dingen bereikt. Toch was het mogelijk een unaniem gesteunde keuze te maken, en wel voor de Federatie Langstraatbruggen. Zij hebben niet alleen in materiële zin bruggen herbouwd maar ook bruggen geslagen tussen de vele mensen en instellingen die voor het project werden ingezet, en uiteindelijk verbinden zij ook de twee oudste Brabantse steden Geertruidenberg en Den Bosch.

Reageren is niet mogelijk.