Kort verslag van de Gimmertse heemdagen

8 augustus 2010 | Terug naar Uit de kringen »

De 62ste editie van het werkkamp van Brabants Heem, de jaarlijkse Brabants Heem-dagen zijn in 2010 in de Vrije Soevereine Heerlijckheyd Gemert gehouden onder het toepasselijke motto

Gemert, nog steeds apart

waar we de gast waren van de heemkundekring De Kommanderij en de heemkundekring in oprichting De Rips. Gemert en ommelanden met een ver cultuurhistorisch  verleden dat tot 1200 teruggaat, een recent agrarisch verleden en een toeristische toekomst is een openbaring gebleken.  Wat vroeger een vierdaags verblijfskamp was is nu een tweedaagse ontmoeting geworden waarin de kennismaking met de lokale diversiteit en eigen(aardig)heid voorop staat.          Opmerkelijk was dat er meer deelnemers dan gebruikelijk uit West-Brabant waren.

De dag begon met de ceremoniële overdracht van het vaandel van Brabants Heem van de vorige organisatoren (Tilburg en Goirle) aan de gastheren en het aanbrengen van een nieuw zilveren schild door de Midden-Brabanders aan de schellenboom (de standaard met schildjes). Een en ander ondersteund met koffie, huishoudelijke mededelingen en enthousiastmerende toespraken.

Vervolgens lichtte Ad Otten de ruim 90 deelnemers in over de Duitse orde en haar betekenis voor de kruistochten, en voor de kommanderij Gemert, de keizerlijke parel onder de kommanderijen aan de kroon van Aldenbiesen. We zien het later die dag allemaal terug.

De wandeling in vier groepen door Gemert deed o.a. het kasteel aan, de apotheek en de middeleeuwse kruidentuin, de parkjes en de vele monumentale huizen. Opvallend waren de uitingen van de gildetradities. De heilige Losbol bleek Dionysius te zijn en niet Sint Jan (Jan Kopaf), maar ook die was in een beeld gevangen. De Latijnse School, nu gemeentelijk archief met heemkunde-vrijwilligers, heeft onder zijn voorplein een moderne, onderaardse archiefkelder. Een herinnering aan de mottenburcht, en aan de ark van Noë (die hier ooit strandde), elke denkbare heilige of bijbelse gebeurtenis, het is allemaal in brons of steen neergezet.

Daarna wandelden we via karrensporen naar het Boerenbondmuseum. Wie wat slechter ter been was, ging met een van de twee huifkarren naar de maaltijd. De lunch was een Brabantse koffietafel-zonder-uitvaart, maar met kaantjes, zult, gebraden worst, kaas en vlees en diverse broodsoorten bij de koffie, thee en melk.

In de middag werden we in groepen rondgeleid door het boerenbondmuseum, in feite een gehucht met smederij, destructiebedrijf, bakhuis, boerderij, melkfabriek, weefhuisje, klompenmakerij en snoepwinkeltje. Gierpomp, klein- en pluimvee, een korenmijt en hooimijt, roggeschoven, groenten- en kruidentuin (afijn, ga zelf maar kijken met je kleinkinderen). Na afloop kon ieder terug met de huifkar: met vijf volgeladen wagens naar de borrel.

Een meer dan uitstekend buffet (de jonge waard prees zijn keukengeheimen terecht aan) ging vooraf aan een bezoek aan de heemkamer en het archief, alwaar de publicaties van de kring tegen stuntprijzen te koop waren. Voor de overigen was het ‘buurten’ en voor iedereen een info-map.

Voor de avond stonden verhalen in dialect op het programma. Dat wil zeggen in de oudste taal ter wereld: het Gimmerts (sinds de ark van Noë). Ik moet zeggen dat ik tevoren niet overtuigd was dat een dialectavond erg  succesvol zou zijn. Maar de humor, het gevoel en de herkenbare herinneringen in de vertellingen, de gedichten en de anekdotes en oorlogsverhalen maakten en hielden de zaal enthousiast. En omdat de voordracht haast professioneel was, had iedereen weinig moeite met de aparte Gimmertse taol.

De helft ging alsnog op huis aan, de anderen naar camping of hotelletje, want het appèl de volgende dag was mirakels vroeg.

De tweede dag.

Onder een gelukkig gesternte was dit een zonnige, regenvrije dag. De centrale plaats was Handel, gemeente Gemert-Bakel. En het goede weer was niet het enige mirakel. De kerk en de processietuin werden bezocht en verder ging het met meegebrachte of gehuurde fiets. Ongelooflijk hoeveel kapelletjes en keskes deze (voorheen) Roomse enclave in Staats gebied heeft voortgebracht. Logisch dat Maria en Josef naar Egypte gevlucht zijn. De Sint Teuniskapel (die met het verken) was ook van het Sebastiaansgilde.

Naar een enclave vol paapse stoutigheden vluchtten de randfiguren. Het is en was er crimineel. Maar dat werd een geuzentitel: het is  crimmeneel, voor: het is mirakels goed.

Ik vermoed dat van de talrijke en zeer diverse indrukken het aantal vrijwilligers in Gemert c.s. de meeste indruk op de heemgangers heeft gemaakt. Veertig vrijwilligers van de heemkundekring zorgen dat het lokale archief ook plaatselijk kan blijven. 170 vrijwilligers houden het Boerenbond (of Boerenbont-)museum draaiende en de kantineprijzen laag: 5 smeden, 10 wevers, 20 rondleiders, 3 elektriciens, 10 metselaars, en ga zo maar door. Vakantie of niet: altijd zijn er voldoende mensen.

In de vroegmis zitten vijf mensen, als die afgelopen is, blijken er tien mensen bezig met stofzuigen, poetsen, bloemen of kaarsen. En dan komen er 25 begeleiders voor de fietsgroepen.

Zo gaan we de Peel in met op z’n tijd een flesje water, appel of sinaasappel en een terrasje. Waar de Peel vroeger bekend stond om zijn hei die kwistig bestrooid was met varkensmesterijen en fokkerijen, zien we nu een Peel vol bossen (zonder teken), fietspaden en historische grenspalen. Grensstenen waarbi j kinderen een pak slaag of snoepgoed kregen, ter herinnering. Er is veel te zien en veel te vertellen door de begeleiders.

De lunch heet een picknick, maar werd genoten op een historische boerderij met bed-and-breakfast, was overdadig en had ook binnenshuis gekund als het niet zo’n goed weer was geweest. En dan gaat het verder langs de Peel-Raam Linie, de stuifduinen en de beekjes over de route die cultuurhistoricus Jan Timmers heeft uitgezet. Daar horen de landweren en de vissentrappen bij.

Was het gisteren allemaal heel oud, Gemert, vandaag waren het de ontginningsdorpen De Rips en Elzendorp uit de jaren 1910-1920.  Het openluchtmuseum en witheer (pater) Van den Elzen vormden een vanzelfsprekende overgang. Dan komen we het bosmuseum van De Rips tegen en een enthousiaste bedenker tevens voorzitter-in-oprichting , de late roeping Bernard Ploegmakers. Rips en Rozep zijn beeknamen die wijzen op roestwater (kwelwater waarin ijzer is opgelost). Vervolgens fietsen we voor de bezemwagen uit, weer op Handel aan. Daar wacht het afsluitend diner, de prijsuitreiking en de bedankjes. Prima allemaal.

De gebruikelijke meerkeuzetoets van 40 vragen over de kennis die van deze twee dagen is blijven hangen, moeten we dan –zonder afkijken- nog even invullen en dan kan de jury nog vòòr het toetje aan het werk. Voor de beste ”meebelevers” waren er 11 prijzen, bestaande uit  30 boek en cd’s. De tweede prijs bestond bijvoorbeeld uit twee grote fotoboeken en nog een kleiner boek naar keuze.

De eerste prijs is altijd De Bram van Brabant. Behalve de in koper gebeitelde naamsvermelding is dat tegenwoordig een gekalligrafeerde schijf van glas om-te-houden. Het is geen wisselbeker meer. En afgetekend en zeer verdiend ging die eerste prijs naar het echtpaar Ans en Bert  Schellekens uit Berkel-Enschot, leden van de heemkundekring Tilborch. Zij waren duidelijk de Bram (de geleerde kenner).

Henk Hellegers sloot af met dankwoorden en de aankondiging van de volgende heemdagen in Uden.

Willen we na twee vermoeiende dagen snel naar huis? Wel nee, er is nog zoveel na te bespreken, met of zonder de voorzitter van Brabants Heem. Pas laat in de avond worden de fietsen op of aan de auto gebonden en gaat het huiswaarts.

Brabants Heem heeft geboft met de Kommanderij Gemert. Zeer bedankt, voorzitter Peter van de Elzen en je 25 vrijwilligers. Het was grootmeesterlijk en jullie verdienen en ridderorde. Wij hebben geboft met dit programma en met dit weer. En Gemert-Handel-De Rips daar komen deelnemers en mogelijk hun kringen zeker nog terug. Eeuwige roem zij hun deel.

JFr.

Voor het voorwoord en afsluitend woord door Henk Hellegers, zie elders. Kijk vooral op de website www.heemkundekringgemert.nl

Reageer